English language
Nederlandse taal

home
bestemming
toelating
informatie
links

laatste nieuws
disclaimer

Gemeenschappelijk Handboek Schengen, deel II

Grenscontrole

ArtikelOmschrijving
Artikel 2.4 Aan de grens afgegeven visum
Artikel 4.Afgifte van visa aan zeelieden
BIJLAGE IWerkinstructies voor visumafgifte aan de grens aan transiterende visumplichtige zeelieden
Formulier Puntsgewijze bespreking van het formulier Transiterende visumplichtige zeelieden

Voorwaarden voor binnenkomst op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen


2.4 Aan de grens afgegeven visum

Aan de grens kan afhankelijk van het geval, onder naleving van bepaalde voorwaarden, een doorreisvisum (type B) dan wel een visum voor kort verblijf (type C) worden afgegeven dat :
- geldig is in alle Schengen-Staten, of
- een territoriaal beperkte geldigheid heeft in de zin van artikel 10, lid 3, van de Schengen-Overeenkomst.

In beide gevallen mag het afgegeven visum niet voor meer dan één binnenkomst geldig zijn. De geldigheidsduur van dergelijk visum voor kort verblijf mag niet meer dan 15 dagen bedragen. De geldigheidsduur van dergelijk doorreisvisum mag niet meer dan 5 dagen bedragen. In het geval van onderdanen van derde landen behorende tot de categorieën personen waarvoor raadpleging van de centrale autoriteiten van één of meer andere Overeenkomstsluitende Partijen is voorgeschreven, mag in beginsel aan de grens geen visum worden afgegeven. Bij wijze van uitzondering kan aan deze personen echter toch een visum aan de grens worden afgegeven. De territoriale geldigheid daarvan is evenwel tot de Staat van afgifte beperkt. Een dergelijk visum mag alleen worden afgegeven in de gevallen zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, van de Schengen-Overeenkomst, te weten op grond van humanitaire overwegingen, om redenen van nationaal belang of wegens internationale verplichtingen.
Voor meer bijzonderheden terzake, zie Verordening (EG) nr. 45/2003 van de Raad van 27 februari 2003 betreffende de afgifte van visa aan de grens als bedoeld in de Benelux-Bijlage I


4. Afgifte van visa aan zeelieden

4.1
Voorwaarden voor vrijstelling van de visumplicht Zeelieden, ongeacht hun nationaliteit, die als gezagvoerder of als lid van de bemanning met een zeeschip het Schengen/Benelux-gebied binnenvaren, mogen zich aan wal begeven (passagieren) en zijn onder bepaalde voorwaarden (geen gevaar opleveren voor de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid) voor een verblijf in de gemeente waar hun schip ligplaats heeft en in de aangrenzende gemeenten, vrijge-steld van de visumplicht. Zij behoeven daartoe evenmin in het bezit te zijn van enig reisdocument. Eén en ander vloeit voort uit de bepalingen van het Verdrag van Londen van 9 april 1965 en het nationale recht van elk der Benelux-landen. Onder bemanning wordt verstaan de personen die zijn aangemonsterd om aan boord rechtstreeks met de vaart verband houdende werkzaamheden te verrichten en die op de bemanningslijst staan vermeld. Bij aankomst van het schip in een Schengen/Benelux-haven is de gezagvoerder verplicht een bemanningslijst in tweevoud overeenkomstig één van de voorgeschreven modellen op te stellen. De bemanningslijst dient volledig te worden ingevuld, gedagtekend en door de gezagvoerder te worden ondertekend. Indien de personencontrole aan boord van het schip plaatsvindt, worden beide exemplaren van de bemanningslijst onverwijld afgegeven aan de ambtenaar die deze controle verricht. Vindt geen controle aan boord van het schip plaats dan worden beide exemplaren zo spoedig mogelijk ingeleverd bij één der hieronder genoemde autoriteiten: in België : het betreffende waterschoutsambt; in Nederland : het hoofd van de betreffende doorlaatpost.

De gezagvoerder van een cruiseschip dat meerdere havens in de Schengen-landen na elkaar aandoet zonder dat een haven buiten het grondgebied van de Schengen-landen wordt aangedaan, behoeft slechts aan deze verplichting te voldoen in de eerste en laatste haven op het grondgebied van de Schengen-landen, tenzij zich wijzigingen in de reisomstandigheden hebben voorgedaan.

4.2
Visumplichtige zeelieden

In alle andere gevallen, indien de zeeman buiten de gemeente waar het schip ligt of de aangrenzende gemeenten wenst te verblijven, dienen zeelieden te voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst en met name in het bezit te zijn van een geldig reisdocument voor binnenkomst, hetwelk naar gelang de nationaliteit van de zeeman al dan niet dient te zijn voorzien van een visum, alsmede over voldoende middelen van bestaan te beschikken.

4.3
Erkende zeemansboekjes

Aan visumplichtige zeelieden die in het bezit zijn van een door de Benelux-landen voor beroepsdoeleinden erkend zeemansboekje, kan onder bepaalde voorwaarden ambtshalve een doorreisvisum worden afgegeven. Voor een opsomming van de erkende zeemansboekjes, zie het overzicht van reisdocumenten welke recht geven op overschrijding der buitengrenzen en waarin een visum kan worden aangebracht (Deel I en II). Een erkend zeemansboekje treedt in de plaats van een nationaal paspoort voor de volgende doeleinden waarvoor betrokkene tevens in het bezit dient te zijn van de nodige bewijsmiddelen :

a) binnenkomst met als doel aanmonstering op een met name genoemd schip dat reeds in een haven van één der Schengen/Benelux-landen is afgemeerd of aldaar binnenkort zal binnenlopen;

b) overmonstering van een in het Schengen-gebied liggend schip op een ander schip, hetzij in het Schengen-gebied, hetzij in een buitenlandse haven;

c) binnenkomst en doorreis door het Schengen-gebied om zich te begeven naar een bepaald schip, liggend in een derde land of voor terugkeer naar het land van herkomst;

d) binnenkomst ten gevolge van spoedgevallen of noodzaak, bijvoorbeeld ziekte, ontslag,
beëindiging van de arbeidsovereenkomst, enz... In het onder a) genoemde geval dient de mogelijkheid van aanmonstering te blijken uit een verklaring van de betreffende rederij. Deze verklaring moet tevens een waarborg inhouden voor de betaling van de kosten van de terugreis indien de aanmonstering geen doorgang vindt. In de gevallen onder b) en c) dient het reisdoel te worden aangetoond op grond van een verklaring van de betreffende rederij.

4.4
Niet-erkende zeemansboekjes

Zeemansboekjes die niet staan vermeld in het genoemd overzicht (Deel I en II) zijn voor binnenkomst in het Benelux-gebied niet geldig. In deze zeemansboekjes mag geen visum worden aangebracht. Dit dient te geschieden op een afzonderlijk document (visumverklaring) hetwelk de houder samen met zijn zeemansboekje moet overleggen. Voor de afgifte van deze visumverklaring is steeds voorafgaande machtiging vereist.

4.5
Collectieve lijst

Aan zeelieden, in het bezit van een al dan niet door de Benelux erkend zeemansboekje, die wensen aan te monsteren op een in een Schengen-haven liggend schip en daartoe staan bijgeschreven op een collectieve lijst, kan hoewel het hier geen collectief paspoort betreft, toch ambtshalve een collectief doorreisvisum worden afgegeven, mits de mogelijkheid van aanmonstering blijkt uit een verklaring van de betreffende rederij. Deze verklaring moet tevens een waarborg inhouden voor de betaling van de kosten der terugreis indien de aanmonstering geen doorgang vindt. Een afschrift van de collectieve lijst dient onverwijld aan de nationale Dienst te worden gezonden. N.B. Het betreft hier de enige uitzondering op de regel dat een collectief visum alleen in een collectief paspoort mag worden aangebracht. Voor meer bijzonderheden terzake, zie Verordening (EG) nr. 415/2003 van de Raad van 27 februari 2003 betreffende de afgifte van visa aan de grens, inclusief aan transiterende zeelieden als bedoeld in de Benelux-Bijlag e I.

4.6
Afgifte van visa aan transiterende zeelieden.


De visumafgifte levert veelal specifieke moeilijkheden op, omdat vaak niet tevoren bekend is, welke havens schepen zullen aandoen en omdat zeelieden daardoor veelal niet tevoren weten waar zij zullen afmonsteren. Ook komt het voor dat zij zich op het laatste moment dienen te vervoegen in een haven voor aanmonstering. Om die reden komt het in de praktijk vaak voor dat een visumplichtige zeeman bij een Schengen-buitengrens arriveert zonder in het bezit te zijn van het vereiste visum. Teneinde enerzijds de nakoming van de Schengen-visumregels te waarborgen en anderzijds de belangen van de scheepvaart niet te schaden, zijn toepassingsmodaliteiten noodzakelijk om toegang en/of doorreis aan de Schengen-buitengrenzen voor aan- en afmonsterende zeelieden mogelijk te maken.

a) Uitgangspunt blijft dat visumplichtige zeelieden die ter fine van aanmonstering of doormonstering door het Schengen-gebied transiteren in het bezit dienen te zijn van een Schengen-visum. Een verklaring van de betreffende rederij waarin het reisdoel wordt aangegeven kan bij de visumverlening van belang zijn.

b) Visumplichtige zeelieden, die zich wegens tijdsgebrek en om dringende redenen zonder visum voor inreis aan de buitengrens melden, kunnen voor verstrekking van een visum aan de grens in aanmerking komen mits zij aan de overige voorwaarden voor binnenkomst voldoen en in het bezit zijn van de visa nodig om hun reis voort te zetten naar doorreislanden buiten het Schengen-gebied en voor het land van bestemming. Dit zal een doorreisvisum dienen te zijn waarin wordt vermeld dat de houder zeeman is.

c) Dergelijk doorreisvisum kan voor alle Schengen-Staten geldig zijn of een territoriale beperkte geldigheid in de zin van artikel 10, lid 3, van de Schengen-Overeenkomst hebben. De geldigheidsduur ervan mag niet meer dan 5 dagen bedragen. Voor meer bijzonderheden terzake, zie Verordening (EG) nr. 415/2003 van de Raad van 27 februari 2003 betreffende de afgifte van visa aan de grens, inclusief aan transiterende zeelieden als bedoeld in de Benelux-Bijlage I.


BIJLAGE I (Behorende bij de Gemeenschappelijke Visuminstructie)

WERKINSTRUCTIES VOOR VISUMAFGIFTE AAN DE GRENS AAN TRANSITERENDE VISUMPLICHTIGE ZEELIEDEN

Deze werkinstructies hebben tot doel te voorzien in een regeling voor de informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die het Schengenacquis toepassen ten aanzien van transiterende visumplichtige zeelieden. Voorzover op basis van de uitgewisselde informatie wordt overgegaan tot afgifte van een visum aan de grens, ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij de lidstaat die het visum verstrekt. Ten behoeve van deze werkinstructies wordt verstaan onder:
"Schengenhaven": een haven die een buitengrens vormt van een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast;
"Schengenluchthaven": een luchthaven die een buitengrens vormt van een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast; en
"Schengengrondgebied": het grondgebied van de lidstaten waarin het Schengenacquis volledig wordt toegepast.

I. Aanmonsteren op een schip dat in een Schengenhaven ligt of verwacht wordt

a) Inreis Schengengrondgebied via een luchthaven die gelegen is in een andere lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast - De rederij of de scheepsagent dient de bevoegde autoriteiten in de Schengenhaven waar het schip ligt of verwacht wordt, op de hoogte te stellen van de inreis van visumplichtige zeelieden via een Schengenluchthaven. De rederij of de scheepsagent dient ten behoeve van deze zeelieden een garantverklaring te ondertekenen.
- De bedoelde autoriteiten dienen zo spoedig mogelijk de juistheid van de door de rederij of de scheepsagent meegedeelde gegevens te toetsen en na te gaan of aan de overige voorwaarden voor inreis in het Schengengrondgebied wordt voldaan. In het kader van dit onderzoek dient ook de reisroute binnen het Schengengrondgebied te worden getoetst, bijvoorbeeld aan de hand van de vliegtickets.
- De bevoegde autoriteiten van de Schengenhaven dienen, door middel van een volledig ingevuld formulier voor transiterende visumplichtige zeelieden (hier te downloaden), de bevoegde autoriteiten van de Schengenluchthaven van inreis per fax, elektronische post of andere middelen op de hoogte te brengen van de resultaten van de toetsing en daarbij aan te geven of op basis hiervan in principe tot afgifte van een visum aan de grens kan worden overgegaan.
- De bevoegde autoriteiten van de Schengenluchthaven van in- of uitreis kunnen bij positief resultaat van de toetsing der beschikbare gegevens en als gebleken is dat de uitkomst hiervan overeenstemt met hetgeen de zeeman verklaart of kan aantonen met documenten, overgaan tot afgifte aan de grens van een doorreisvisum met een geldigheidsduur van maximaal vijf dagen. In dit geval moet het bovenbedoelde reisdocument van de zeeman bovendien van een Schengen-in- of –uitreisstempel worden voorzien en aan de desbetreffende zeeman worden overhandigd.

b) Inreis Schengengrondgebied via een land- of zeegrens die gelegen is in een andere lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast - Dezelfde procedure als hierboven is uiteengezet voor inreis via een Schengenluchthaven wordt gehanteerd, met dit verschil dat de bevoegde autoriteiten van de doorlaatpost langs welke de betrokken zeeman het Schengengrondgebied inreist, dienen te worden ingelicht.

II. Afmonsteren van een schip dat een Schengenhaven is binnengevaren
a) Uitreis Schengengrondgebied via een luchthaven die gelegen is in een andere lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast
- De rederij of de scheepsagent dient de bevoegde autoriteiten van de bedoelde Schengenhaven op de hoogte te stellen van de inreis van visumplichtige zeelieden die afmonsteren en via een Schengenluchthaven het Schengengrondgebied zullen verlaten. De rederij of de scheepsagent dient ten behoeve van deze zeelieden een garantverklaring te ondertekenen.
- De bevoegde autoriteiten dienen zo spoedig mogelijk de juistheid van de door de rederij of de scheepsagent meegedeelde gegevens te toetsen en na te gaan of aan de overige voorwaarden voor inreis in het Schengengrondgebied wordt voldaan. In het kader van dit onderzoek dient ook de reisroute binnen het Schengengrondgebied te worden getoetst, bijvoorbeeld aan de hand van de vliegtickets.
- Indien de toetsing van de beschikbare gegevens tot een positief resultaat leidt, kunnen de bevoegde autoriteiten overgaan tot afgifte van een doorreisvisum met een maximale geldigheidsduur van vijf dagen.

b) Uitreis Schengengrondgebied via een land- of zeegrens die gelegen is in een andere lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast - Dezelfde procedure als hierboven is uiteengezet voor de uitreis via een Schengenluchthaven wordt gevolgd.

III. Overmonsteren van een schip dat een Schengenhaven is binnengevaren naar een schip dat een haven die gelegen is in een andere lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, verlaat
- De rederij of de scheepsagent dient de autoriteiten van de bedoelde Schengenhaven op de hoogte te brengen van de inreis van visumplichtige zeelieden die afmonsteren en via een in een andere Schengenlidstaat gelegen haven het Schengengrondgebied zullen verlaten. De rederij of de scheepsagent dient ten behoeve van deze zeelieden een garantverklaring te ondertekenen.
- De bevoegde autoriteiten dienen zo spoedig mogelijk de juistheid van de door de rederij of de scheepsagent meegedeelde gegevens te toetsen en na te gaan of aan de overige voorwaarden voor inreis in het Schengengrondgebied wordt voldaan. In het kader van het onderzoek dient er contact te worden opgenomen met de bevoegde autoriteiten van de Schengenhaven van waaruit de zeelieden per schip het Schengengrondgebied zullen verlaten. Hierbij dient gecontroleerd te worden of het schip waarop aangemonsterd wordt daar ligt of verwacht wordt. In het kader van dit onderzoek dient ook de reisroute binnen het Schengengrondgebied te worden getoetst.
- Indien de toetsing van de beschikbare gegevens tot een positief resultaat leidt, kunnen de bevoegde autoriteiten overgaan tot afgifte van een doorreisvisum met een maximale geldigheidsduur van vijf dagen.

IV. Afgifte aan de grens van collectieve visa aan transiterende zeelieden
- Aan zeelieden van dezelfde nationaliteit die in een groep van ten minste vijf en ten hoogste 50 personen reizen, kan aan de grens een collectief doorreisvisum worden afgegeven dat op een apart blad dient te worden aangebracht.
- Op dat aparte blad dienen de persoonsgegevens van alle zeelieden waarvoor het visum geldt (voornamen en naam, geboortedatum, nationaliteit en nummer van het reisdocument) doorlopend te worden genummerd. De gegevens met betrekking tot de eerste en de laatste zeeman worden tweemaal vermeld, teneinde vervalsingen en toevoegingen te voorkomen.
- Voor de afgifte van dit visum gelden de in deze werkinstructies opgenomen procedures die voor de afgifte van individuele visa aan zeelieden worden gevolgd.


PUNTSGEWIJZE BESPREKING VAN HET FORMULIER

U kunt het formulier transiterende visumplichtige zeelieden hier downloaden.

De eerste vier punten hebben betrekking op de identiteit van de zeeman.

1.
A. Naam (Gelieve de op het paspoort vermelde naam of namen te vermelden)
B. Voornamen
C. Nationaliteit
D. Rang/graad

2.
A. Geboorteplaats
B. Geboortedatum

3. A. Nummer paspoort
B. Datum van afgifte
C. Geldigheidsduur

4.
A. Nummer zeemansboekje
B. Datum van afgifte
C. Geldigheidsduur

De punten 3 en 4 werden duidelijkheidshalve gesplitst, aangezien naar gelang van de nationaliteit van de zeeman en de lidstaat van binnenkomst, ofwel een paspoort ofwel een zeemansboekje voor identificatiedoeleinden kan worden gebruikt. De volgende vier punten hebben betrekking op het scheepsagentschap en het schip.

5.
Naam van het scheepsagentschap (persoon of maatschappij die de reder ter plaatse vertegenwoordigt in alle aangelegenheden die te maken hebben met diens verantwoordelijkheid voor de uitrusting van het schip)

6.
A. Naam van het schip
B. Vlag (waaronder het koopvaardijschip vaart)

7.
A. Datum van aankomst van het schip
B. Herkomst (-haven) van het schip
Punt A betreft de datum van aankomst van het schip in de haven waar de zeeman zal aanmonsteren.

8.
A. Datum van vertrek van het schip
B. Bestemming van het schip (volgende haven)
De punten 7.A en 8.A geven een aanwijzing van de tijdsspanne waarbinnen de zeeman kan reizen om aan te monsteren. Er zij gememoreerd dat de vaarschema's sterk onderhevig zijn aan storingen, externe en onverwachte factoren zoals storm, averij e.d. De volgende vier punten geven informatie over de reiswijze en -motieven van de zeeman.

9.
De "eindbestemming" is het uiteindelijke reisdoel van de zeeman. Dit is ofwel de have waar hij aanmonstert, ofwel het land waar hij naartoe gaat in geval van afmonstering.

10.
Reden van de aanvraag
a) Bij aanmonstering is de eindbestemming de haven waar de zeeman aanmonstert.
b) Bij overmonstering naar een ander schip gelegen binnen het Schengengrondgebied,
is dit eveneens de haven waar de zeeman op zijn schip aanmonstert. Een overmonstering naar een ander schip gelegen buiten het Schengengrondgebied is te beschouwen als een afmonstering.
c) Afmonstering kan om diverse redenen plaatsvinden: beëindiging contract, arbeidsongeval, dringende familieredenen, enz.

11.
Vervoermiddel
Opgave van de wijze waarop de transiterende visumplichtige zeeman zich zal verplaatsen op het Schengengrondgebied om naar zijn eindbestemming te reizen. In het formulier zijn drie mogelijkheden opgenomen: a) auto (of autobus);
b) trein;
c) vliegtuig.

12. Datum van aankomst (op het Schengengrondgebied)
Deze is vooral toepasselijk voor zeelieden die in de eerste Schengenluchthaven/doorlaatpost (dit hoeft uiteraard niet altijd een luchthaven te zijn) aan de buitengrens het Schengengrondgebied willen binnenkomen.

Datum van doorreis
Dit is de datum waarop de zeeman afmonstert in een haven op het Schengengrondgebied en naar een andere haven gaat die eveneens op het Schengengrondgebied is gelegen.

Datum van vertrek
Dit is de datum waarop de zeeman afmonstert in een haven op het Schengengrondgebied om op een ander schip aan te monsteren dat niet in een haven op het Schengengrondgebied is gelegen, of de datum waarop de zeeman afmonstert in een haven op het Schengengrondgebied om zich naar zijn woonplaats (buiten het Schengengrondgebied) te begeven.

Daar drie vervoersmiddelen zijn opgenomen, dient daarover ook de beschikbare informatie te worden verstrekt: a) auto, autobus: nummerplaat
b) trein: naam, nummer,...
c) vluchtgegevens: datum, uur en vluchtnummer.

13. Ondertekende tenlasteneming door de scheepsagent of de reder voor verblijfs- en eventuele repatriëringskosten. Indien de zeelieden in een groep reizen, dient iedere zeeman de onder de punten 1.A t/m 4.C bedoelde gegevens in te vullen.

top van de pagina